Na een flinke boswandeling in de omgeving van Mook, gingen mijn wandelgenoot en ik nog even wat drinken en de boom verder optuigen die we terloops aan het opzetten waren. Tijdens dat optuigen kwam de vraag ter berde wat het tegenovergestelde is van angst.
Goeie vraag nietwaar, maar ook niet voor het eerst gesteld. De Deense filosoof Kierkegaard (1813 β1855) stelde dat de natuurlijke tegenpool van angst onuitsprekelijke vreugde is. En dat die angst een negatieve weg is die daar ook toe kan leiden.
Dat angst niet alleen maar een ontmoeting met het niets is, maar juist de aanzet naar positieve geborgenheid in een persoonlijk (gods)geloof, stelde hij vermoedelijk als theoloog.
De omstreden Duitse filosoof Heidegger (1889 β1976) verbindt angst (in tegenstelling tot vrees) met de afwezigheid van een object dat de angst zou veroorzaken en legt een connectie met een besef van het βin leven zijn’.
Mmm. Leest een beetje als een beschrijving van een psychose.
Ik denk dat die behoefte aan die geborgenheid herkenbaar is voor velen die dergelijke ervaringen hebben. En ook dat er vaak meer steun bij de geestelijk verzorgers gevonden werd in die momenten dan bij de pragmatische zorg die de (moderne) psychiatrie zo kenmerkt.
Vaak kan een openhartig en beschouwend gesprek over die ervaringen en de staat van je geest bijdragen aan het kunnen plaatsen van die ervaringen in een hanteerbaarder perspectief.
In 2012 was er een debatsymposium in de Rode Hoed in Amsterdam over psychiatrie en filosofie n.a.v. de uitgave van het gelijknamige handboek, waar het soms tot verhitte debatten leidde. Het botert niet zo tussen die twee. Wat opmerkelijk is gezien dat de psychiatrie zijn oorsprong toch (deels) moet hebben gevonden in de wijsbegeerte.
Ik zou zeggen; zoek de overeenkomsten in het plaatje, niet de 10 verschillen.
Door Libert